Dr. Paul Deschepper

INTERVIEW DR. PAUL DESCHEPPER  

 Ik promoveerde in 1952 aan de Rijksuniversiteit te Gent als doctor in de genees-heel- en verloskunde. Op voorspraak van mijn oom dr. Pol Deschepper, wetsdokter in Brugge en senator van de CVP kon ik assistent worden bij dr. Louis De Winter, een van de pioniers van de tuberculosebestrijding in ons land. Hij oefende toen nog zijn praktijk uit in de negentiende-eeuwse gebouwen van het oude Sint-Janshospitaal te Brugge. Het was de heroïsche tijd van de tuberculosebehandeling met pneumothoraxen, pneumoperitoneums, extrapleurale operaties en thoracoplastieken.  

Ik herinner me nog de casus van een chirurg uit Charleroi die, om zo te zeggen vanuit zijn operatiekamer dringend naar dr. De Winter werd verwezen met een geperforeerde etterige tuberculeuze pleuritis, een zeer besmettelijke vorm. De medische ervaring in Brugge was  heel interessant omdat ik kennis had opgedaan over de sequellen van al die ingrepen.  

 Dankzij dr. De Winter kreeg ik de gelegenheid naar de “Semaine de Leysin” van dr. Morin te gaan. Daar maakte ik kennis met de behandeling met strenge bedrust in  grote sanatoria. Ik logeerde in een zeer chic sanatorium, waar ik de kans had als jonge arts te ontbijten naast rijke Indiërs met een imposante tulband!  

Mijn stage als assistent in Sint-Jan liep van 1951 tot 1954. Het was een zeer leerrijke en beklijvende periode.  

Familiegeschiedenis. 

Mijn grootvader was veldwachter en politiehoofd in Stalhille bij Jabbeke. Hij deed ook verschillende klusjes om te voorzien in zijn gezin met vijf zonen en twee dochters! 

Op het einde van hun humaniora riep de superior van het Sint-Leo College in Brugge mijn grootvader bij zich om hem te zeggen dat hij zijn drie zonen zeker naar Leuven moest sturen om universitaire studies te volgen. Hij zou dan ook voor studiebeurzen zorgen. Hierop reageerde Petrus Deschepper fier dat hij er zelf wel ging voor werken…   

Zijn zonen hebben mooie functies bekleed: de oudste zoon was  burgemeester van Stalhille, de tweede zoon Kamiel, studeerde af als burgerlijk ingenieur en werd benoemd tot commandant van de pompiers van groot Brussel. Hij staat vermeld in een boek van bekende West-Vlamingen omdat hij de handleiding schreef voor de bestrijding van branden in grote gebouwen. Leopold Deschepper was wetsdokter in Brugge, senator van de CVP. Mijn vader Karel Deschepper was studieprefect van het Koninklijk Atheneum te Brugge.   

SANATORIUM BERG EN BOSCH BILTHOVEN.  

Op aanraden van prof.dr.Andries Gyselen, toenmalig directeur van het sanatorium te Sijsele werd ik aangenomen als assistent-geneesheer in Berg en Bosch, een sanatorium voor vijfhonderdvijftig tuberculosepatiënten in Nederland. Op 30 april 1954 verhuisde ik met vrouw en  Anne Mieke naar Bilthoven bij Utrecht. Ik heb het geluk gehad om aan de ene kant de pionierstijd van de tuberculosebestrijding mee te maken en daarna terecht te komen in Berg en Bosch waar men de ultramoderne resectiebehandelingen toepaste, wegnemen van een longsegment, een longkwab of een hele long. Soms verrichtte prof. Klinkenbergh een dubbelzijdige segmentresectie in één tijd! De oude operaties werden daar niet meer uitgevoerd. Het was er heel aangenaam werken dankzij dr. Hirdes, vier hoofdgeneesheren en zeventien assistent artsen.  

De stichter van Berg en Bosch was prof. dr. Bronkhorst die zelf heeft gekuurd voor tuberculose. Tijdens zijn één tot tweejarige bedrustkuur heeft hij  een boek geschreven over de Franse kathedralen!  

Elke woensdagavond vond er een “longstation” plaats in het Sint-Antoniusziekenhuis te Utrecht. Prof. Bronkhorst vroeg mij, als jonge assistent, of hij mocht meerijden. Ik aanvaardde dat met veel plezier. Ik herinner mij nog dat hij opmerkte: “Jij begint met een  DKWeetje en ik eindig met een DKWeetje…”  

Op een goeie dag kwam dr. Emmanuel Koslowski uit Sint-Niklaas op bezoek om prof .dr. Klinkenbergh te zien opereren.   

Ik maakte kennis met Emmanuel en besprak de vestigingsmogelijkheden in België. “Kom maar naar Sint-Niklaas” zegde hij, “ik praat erover met Zuster Annie en dat komt zeker in orde”. Een officiële sollicitatie bleek zelfs niet nodig!  

 SINT-NIKLAAS.  

Op 30 april 1957, Koninginnedag in Nederland verhuisden we naar de Prins Albertstraat 44 in Sint-Niklaas en installeerde mij aldaar.  

Ik herinner mij nog de komst van mijn eerste patiënt door de broer van rector De Somer, E.H. Antoon De Somer,  econoom van het Klein-Seminarie. Een leerling was er ziek geworden, mijn vroegere vriend uit Bilthoven vond er niets beters op dan met die jongen bij mij binnen te vallen. Ik diende snel mijn schilderskiel uit te doen want ik was de plinten van mijn onderzoekskamer aan het schilderen…  

Wanneer ik mij voorstelde bij Zuster Annie in de kliniek Maria Middelares, was haar reactie: “ Van harte welkom, wanneer begint U hier?” 

In Maria Middelares was ik de tiende arts en de eerste deelspecialist! Chirurg was dr. De Fauw, anesthesist dr. De Brabanter, gynecologen dr. Jozef De Mot en dr. Bulterijs, kinderartsen de dokters Albert Callewaert en dr. Maurice Fivez, dr. Ossieur radioloog, dr. Wilfried Busschaert ORL specialist. Last but not least waren er twee internisten: dr. Gust Buys en dr. Gerard Vijdt. 

Uit Nederland bracht ik een bronchospirograaf mee. Dit longfunctietoestel mocht ik installeren in en lokaal rechtover dat van dr. Busschaert. Op een goeie dag valt hij bij mij binnen met het verzoek of ik hem uit de nood wil helpen. “Ik heb hier een non die al jaren hees is en me al jaren komt ambeteren, ik kan er niets aan doen. Wil je bij haar eens een longfunctie doen?” Ik deed dat meteen, stak er de nodige tijd in en gaf hem de uitslag door. Daags nadien belde hij mij ’s morgens vroeg op met de  vraag wat ik gedaan had. Ik bevestigde dat ik gewoon een longonderzoek gedaan had. “Wil je wat weten, zei hij, die non heeft haar stem terug!”  

Als beginnende specialist was dat geen slecht begin… 

Na zijn opleiding van één jaar in Lyon vestigde dr. Koslowski zich in Sint-Niklaas, als thoraxchirurg. Jarenlang hebben we samengewerkt, vele longpatiënten heeft hij voor mij geopereerd. 

Van 1961 tot 1975 woonden we in een mooi herenhuis in de Hofstraat 52. Nadat we gedurende veertien jaren kamer per kamer hadden gerestaureerd kregen we bericht dat we zouden onteigend worden! Daarom kocht ik een pand in de residentie Gaudi, op de hoek van het Heymanplein te Sint-Niklaas waar ik  de hele radiologische apparatuur installeerde. Ik werkte dan halftijds in het ziekenhuis  en halftijds in mijn privépraktijk.   

ASBEST.  

Op een goeie dag komt dr. Terry, arbeidsgeneesheer bij SVK bij mij vertellen dat de personeelschef van SVK te pas en onpas beweert dat asbest ongevaarlijk is. Een nieuwe personeelschef was van een heel andere mening en gelastte dr. Terry de toestand te saneren! In die jaren kwam de asbest  met de spoorweg aan in juten balen die  werden dan gewoon opengesneden. Ik denk dat het in de zeventiger jaren was. Een van die werknemers vertelde mij dat hij tijdens zijn nachtwacht in de asbest sliep omdat dat zo lekker warm was… 

In de jaren 1992-1993 kwam er elke vrijdagmorgen een bus met 30 werknemers van SVK naar mijn praktijk, Heymanplein 12 om een thoraxfoto te laten nemen. Dat gebeurde vlot, de mensen moesten niet wachten. Zo heb ik honderden mannen gezien waarvan ik er later enkele terugzag met een pleurakanker. 

 Ik reed ooit naar het Fonds voor Beroepsziekten in Brussel met 180 dossiers van asbestose patiënten. De meeste  werden erkend. 

 Op vijf december 1970 heb ik in de Rotaryclub van Sint-Niklaas een voordracht gehouden over  de gevaren van asbest in de industrie.   

Maria Van Lint, een weduwe uit Lokeren stuurde mij een tiental jaren lang met Nieuwjaar een vriendelijk kaartje om mij te bedanken voor het fraai pensioen dat ze via mijn bemiddeling mocht krijgen. Nadien stopte dat, wellicht is ze toen overleden.  

Met de directie van SVK had ik nooit contact, alles ging via dr. Paul Terry. De erelonen werden door SVK betaald, niet door het ziekenfonds. Ik heb nooit geweten wat er nadien met de patiënten gebeurde nadat hun dossier werd erkend als beroepsziekte. Veertig jaar nadien kwamen er bij mijn zoon Koen terecht. Van SVK heb ik nooit enige reactie gekregen.   

Schandalig is dat SVK lange tijd,  de gevaren heeft verzwegen of in de doofpot gestoken. Bij Eternit is dat ook het geval geweest, in één familie van St-Kathelijne-Waver  zijn er drie gevallen van mesothelioom gediagnosticeerd. Ze hebben, niettegenstaande verbod, Eternit een proces aangespannen en gewonnen. Eternit had ondertussen een fabriek in India opgestart naast een kinderschool! Wanneer het daar ook begon te stinken verkochten ze de fabriek aan een Indiër die gewoon doorging met de productie.  

In de zestiger jaren heeft de multinational John Mansfield zich failliet laten verklaren omdat ze honderdduizenden schadeclaims verwachtten! 

Guy Verhofstadt schijnt een asbestfonds opgericht te hebben om de asbestfabrieken ui de wind te zetten.  

TUBERCULOSE.  

Eigenlijk ben ik opgeleid als tuberculosearts. Als enige specialiteit hebben wij ons doel bereikt en ons bijna overbodig gemaakt! De helft van de nieuwe tuberculosegevallen vindt men nu bij vluchtelingen en asielzoekers.   

Een anekdote wil ik graag vermelden. Bij een jongeman uit Hulst was een caverneuze longtuberculose gevonden (een holte in de long). Dat had hij natuurlijk in Vlaanderen opgedaan. Samen met dr. Paul Terry hebben we een uitgebreid bevolkingsonderzoek opgezet. Omdat de jongeman in kwestie een frequente bezoeker was grote balzalen in Vrasene en omgeving werd afgesproken dat twee verpleegsters van ons dispensarium  één weekend lang  Mantouxreacties (tuberculosetesten) zouden zetten bij het binnengaan van de balzaal. Bij een positieve test diende zij hun huisarts te raadplegen voor verder onderzoek. Wat bleek nadien: in plaats van slachtoffer te zijn was onze Hulstenaar de oorzaak van verschillende besmettingen in de dancing!  

Nadien werd een bevolkingsonderzoek verricht in de gemeenten Kieldrecht, Kallo, De Klinge, Stekene, Moerbeke en Wachtebeke. De opkomst was in het begin zeer bevredigend maar verzwakte nadien, voornamelijk in Wachtebeke. Daar wou de directeur van een school het goede voorbeeld geven, hij bood zich als eerste aan. Ongelukkig voor hem, hij bleek drager van een caverneuze longtuberculose…  

ABDIJ ROOSENBERG EN ASBEST.  

Abdij Roosenberg in Waasmunster is een geklasseerd monument sedert 1975. De zusters hebben de abdij een zes jaren geleden verlaten, na ruim 775 jaren. De abdij Roosenberg is namelijk gesticht in 1237! Wat er nu mee moet gebeuren  is een groot probleem. Twee van de 38 kamertjes werden asbestvrij  gemaakt, rekening gehouden met het feit dat het om een geklasseerd monument gaat. Wat blijkt, om de 38 kamertjes asbestvrij te maken zou een budget vereist zijn van één tot twee miljoen €! Een bijkomend probleem voor de reklassering van het meesterwerk van Dom Van der Laan. 

Weer een anekdote over het asbestprobleem! Er zullen nog lijken uit de kast vallen! 

Een historische spreekbeurt voor de leden van de Rotaryclub uitgesproken door longarts dr. Paul Deschepper  in 1972 

DE PROBLEMEN GESTELD DOOR HET VERWERKEN VAN ASBEST IN DE NIJVERHEID 

Asbest is in de huidige industrie niet te vervangen. Het wordt meer en meer gebruikt: onder andere als isolatiemateriaal voor hitte, elektriciteit en geluid, eternitvoorwerpen, asbesttextiel, filterverpakkingen, frictiemateriaal, bij koppelingen en remvoeringen.  

Asbest bestaat uit kristallijne mineralen met vezelstructuur, asbestvezels zijn dus de enige minerale vezels. Alle overige zijn van dierlijke of plantaardige oorsprong. Geen enkel organisme is in staat om het op efficiënte manier af te breken.  

De belangrijkste asbestsoorten kunnen in twee groepen ingedeeld worden. 

De pyroxenen: deze vormen de groep van het chrysotiel-asbest. Deze munt uit door de grote vezellengte. Deze vezel is ook soepel en sterk. Chrysotiel vertegenwoordigt thans ruim 90% van het totaal gebruik van asbest. De belangrijkste producerende landen zijn Canada, Rusland, Zuid-Afrika en Zuid-Rhodesië.  

De amfibolen: deze zijn vertegenwoordigd door een groot aantal asbestsoorten, de voornaamste zijn crocidoliet en amosiet. De voornaamste producerende landen zijn Zuid-Afrika en Australië.  

Niettegenstaande hun relatief grote lengte passeren de asbestnaalden de luchtwegen op een vrij eenvoudige manier. Ze zijn 20 tot 200m  (duizendste van een mm) lang, 0.3 tot 6 m breed.  

Het grote verschil tussen de asbestose als beroepsziekte tegenover de stoflongen is dat de naaldvormige asbestlichaampjes niet transportabel zijn langs lymfebanen zoals het SIO². Veel geringere hoeveelheden asbest kunnen asbestose veroorzaken, voor het ontstaan van silicose zijn veel grotere kwantiteiten vereist.   

Over de zuiver medische aspecten van de asbestose wil ik hier niet verder uitweiden. Ik wil echter de nadruk leggen op de zeer grote verspreiding van asbestvezels in het menselijk lichaam: talrijke publicaties vermelden dat bij autopsieën bij ongeveer 20% van de gevallen asbestlichaampjes worden gevonden. Het percentage is nog hoger bij mannen boven de 50 jaar, bij hen vindt men meer asbestlichaampjes.  

De laatste jaren is opgevallen dat het aantal longkankers, pleura-mesotheliomen en mesotheliomen van het buikvlies zeer sterk is toegenomen bij asbestosepatiënten. Men kan het zo stellen dat wij hier te doen hebben met een echte beroepskanker.  

Dierproeven hebben dit ook uitgewezen. Gross beschreef in 1967 dierexperimenten bij cavia’s, ratten en hamsters. Deze werden blootgesteld aan chrysotielstof ten einde asbestose op te wekken. Het bleek dat een aantal ratten longkankers ontwikkelden. Gezien het feit dat longcarcinomen bij ratten zelden voorkomen mocht men wel aannemen dat er een verband bestond met het inhaleren van chrysolietstof.  

Het is ook gebleken dat asbestexpositie gecombineerd met regelmatig sigaretten roken het risico voor het verkrijgen van longtumoren verhoogt met een factor van de orde van 92 op 1. 

De voor de hand liggende conclusie is dat men radicaal zou moeten afzien van het gebruik van asbest. Dit is echter tegenwoordig nog niet mogelijk aangezien men geen goed vervangmiddel heeft samengesteld. Men dient echter als principe aan te nemen dat asbest niet langer in die omstandigheden mag gebruikt worden waar het door andere stoffen vervangen kan worden, zelfs indien dit hogere kosten met zich meebrengt.  

Volgens Murphy en anderen blijkt er een dosis-effectrelatie in die zin te bestaan, dat een langdurige blootstelling aan een lage concentratie van asbest een gelijk effect heeft als een kortdurende blootstelling aan een hogere concentratie.  Dit speelt vooral een rol bij het ontstaan van de vroeger zeer zeldzame mesotheliomen van de pleura. Deze werden meestal gevonden bij patiënten die op een of andere manier aan zeer lage concentraties asbest werden blootgesteld. In één geval werd de besmetting zelfs langs de werkkledij doorgegeven. Gezien de lage concentraties aan asbest op de lange duur ook gevaarlijk blijken te zijn toont dit aan dat de bestaande zeer strenge beschermingsmaatregelen niet langer voldoende zijn.  

Ik ben zo vrij er nogmaals de nadruk op te leggen: het gevaar van asbestexpositie neemt met de dag toe. Zelfs in de moderne bouwindustrie bevatten de meeste isolatie vezelplaten asbest in wisselende hoeveelheden.