Ir. Erik Meerschaert

Dwaasland

“Ik gaf een lezing in hartje Antwerpen, op de hoogste verdieping van het Zuiderterras. Er zijn minder aangename plaatsen om te spreken of te vergaderen, het uitzicht op de stad, de Schelde, de kathedraal en de Linkeroever is magnifiek. De man die me zou inleiden had een beknopt cv gevraagd en gemerkt dat ik Waaslander van geboorte ben. Hij begon aldus: “onze spreker van vanavond is weliswaar geen Antwerpenaar, maar toch afkomstig uit de buurt, niet van het dwaasland, maar van het Waasland”. Je moet de zin hardop uitspreken om de finesse volledig te savoureren, iedereen lachte smakelijk. Ikzelf ook, weliswaar smakelijk groen. Ik had niet de tijd, noch de inspiratie, om gevat te reageren, het was ook niet kwaad bedoeld trouwens. Maar het zegt iets over de blik waarmee sommige Antwerpenaars naar hun Oostvlaamse parking kijken.”

Bovenstaande schreef ik eind 2019 als aanvang van een opiniestuk dat ik naar de Standaard stuurde. Het werd niet gepubliceerd. Fair enough. Het stuk begon misschien een beetje grappig, maar het was te drammerig. En ik was nogal giftig op de nationale, regionale, provinciale en lokale Wase politici die zich vlot schikten (en schikken) in de newspeak van de grote staal- en chemische concerns, hun lobbyisten en de marketingtaal van de studiebureau’s. Met slogans als “De Grote Verbinding”, weet u wel. Ik fulmineerde tegen het feit dat Antwerpen fijn stof mag tegenhouden met een dure ringoverkapping terwijl in het Waasland zes miljoen containers worden afgezet en opgehaald via wegtransport. Langsheen de E17 en de E34 kan je dat vrachtwagentransport bewonderen, het staat meestal stil of kruipt langzaam vooruit. Hoe trager het gaat, hoe meer stikstofoxide, fijn stof en andere uitstoot in het Waasland afgeleverd wordt. Het Havenbedrijf wou op korte termijn naar 12 miljoen containers over de weg. Voor extra containerparkings werd nog wat meer Wase poldergrond met beton bedekt.

Een ander tekstfragment:

“Voor driekwart omringd door de chemische en industriegebieden van Antwerpen, Gent en Terneuzen mag de wind van gelijk waar waaien, het Waasland wordt de klok rond bediend. Binnenkort ook door de nieuwe INEOS-fabriek, “die weliswaar in het Waasland een hogere CO2- uitstoot zal genereren, maar de hogere uitstoot van de gemaakte producten (isolatiematerialen) zal de uitstoot in de rest van wereld verlagen”, dixit de manager. Leuk voor de omwonenden. Gelukkig is het asbeststort in Sint-Niklaas definitief verleden tijd (of toch niet?), zoniet was de Wase waaicirkel (en de maaicirkel) letterlijk rond. De resultaten van wetenschappelijke studies naar luchtkwaliteit en kankerincidentie zijn dan ook verre vangunstig voor het Waasland.”

***

“Bent u ooit in contact geweest met asbest, meneer?”. Huh? Ik was naar het ziekenhuis gegaan om mijn stembanden te laten controleren. Na een Covid-besmetting was mijn stem wat verzwakt en dat ging maar niet over. Op een scherm kon ik mee vaststellen dat mijn stembanden naar behoren trilden. Als die OK zijn, dan ligt het aan het luchtdebiet, zei de neus-keel-oorarts. Simpel: een voldoende grote hoeveelheid lucht doet de stembanden trillen. Haar longcollega in het cabinetje ernaast kon mij er nog tussen nemen. Daarna ging het snel: de linkerlong was samengedrukt als een spons, omdat er vocht zat tussen de longvliezen. Een beetje geelachtig vocht werd afgetapt en opgestuurd naar het labo. Dokter M vroeg een beetje achteloos naar asbestcontact. “Wie is er in Vlaanderen nooit met asbest in contact geweest?”, antwoordde ik, al even achteloos. Enkele dagen later. Warme septembervakantie in Nederland, We kwamen juist buiten uit het Vermeermuseum in Delft toen ik telefoon kreeg. “Hoe voelt u zich, vandaag, meneer?”, vroeg dokter M in haar sympathieke Limburgse tongval. Ja, waarom zou ik me niet goed voelen? Daarna volgde minder goed nieuws. In de tekst van de analyse van het longvocht stond het woord maligne, dokterstaal voor kwaadaardig. Nog enige onderzoeken en enkele dagen later was de diagnose: longvlieskanker of mesothelioom of asbestkanker. Uiterst zeldzaam, de kans dat je het krijgt is miniem, de kans op genezing nog veel miniemer, zeg onbestaand. De ziekte breekt meestal uit dertig, veertig of vijftig jaar na besmetting. Vroegtijdige opsporing is onmogelijk.

Asbest. In september 1974, de maand voordat ik het eerste jaar aan de univ zou aanvatten, was ik jobstudent in het grootste asbestverwerkend bedrijf van het land, een paradepaardje van de Wase economie. Ik stond aan machines waar de tegels die later op daken en aan muren zouden terechtkomen, voorzien werden van een nagelgaatje, of waar een hoekje werd afgesneden, of gewoon in twee gedeeld. De machines werkten automatisch op een hoog ritme. De arbeiders moesten de tegels erin steken en er na bewerking weer uitnemen.

Geestdodend werk, maar onoplettendheid was geen optie, het ritme van de machine was allesbepalend. Van de ploeg vaste arbeiders had niemand nog al zijn vingers, mechanische bescherming was er niet. Om ongelukken te vermijden hadden jobstudenten het recht om telkens één slag over te slaan. Wanneer er tijd over was, moest het stof weggeveegd worden. Niemand legde uit waarom, maar er was gratis melk en soep à volonté. De arbeiders van de fabriek haalden er hun neus voor op, maar voor een jobstudent van achttien, altijd hongerig, was dat een chique geste van het bedrijf.

Dokter M had me doorgeschoven naar dokter O, die naast pneumoloog ook oncoloog is. Dokter O gaf ons een duidelijk overzicht van de stand van zaken en ze zou snel een dossier opmaken voor het asbestfonds, dat financieel tussenkomt voor slachtoffers van asbestbesmettingen. Zij moest daarvoor een vragenlijst invullen, en ik ook. Het asbestfonds wil weten waar ik tijdens mijn loopbaan (of gewoon thuis) mogelijk met asbest in contact zou gekomen zijn. Ik ben ingenieur, heb bedrijven en installaties opgestart, in textiel- en voedingssector, in oude en nieuwe gebouwen. Ben ik daarbij in contact geweest met asbest?

Da’s best mogelijk, maar in mijn beleving nooit zo intens en langdurig als tijdens die maand in Bij het invullen van de vragenlijst dacht ik terug aan mijn tekst uit 2019, waar ik kort verwees naar het asbeststort in Sint-Niklaas en waarvan ik toen dacht dat het gesloten en degelijk afgedekt was. Asbestvezels zijn zo fijn dat ze jarenlang kunnen rondzweven vooraleer neer te vallen. Zo stond het in de cursus die ik in de late jaren ’70 kreeg. Sinds 1970 is asbest officieel kankerverwekkend. Degelijk toedekken is een eerste vereiste. Ik was helemaal verkeerd. De firma die na het verbod op asbestverwerking overschakelde op vervangproducten, kreeg een vergunning om van 2006 tot 2026 een asbeststort uit te baten. In 2015 bijvoorbeeld leverde hen dat 700.000 euro op. Alle kritische vragen op de gemeenteraad worden steevast weggewuifd: de werkgelegenheid natuurlijk, en ook niet te vergeten: de weldaden van de fabriek. Een vroegere burgemeester : ‘Er waren een openluchtzwembad en een voetbalveld. 

Veel mensen hebben er goede herinneringen aan. De sociale verkiezingen verliepen er altijd

voorbeeldig. Dat alles zorgt ervoor dat het bedrijf veel krediet heeft bij de inwoners van Sint Niklaas.’ Slechts onder invloed van burgerprotest gebeurt er af en toe iets. Maar het bedrijf wordt nooit verontrust, de directeur komt in 2017 op de gemeenteraad zelfverzekerd verklaren: “geen slachthuis zonder bloed”. Alsof een producent van bouwmaterialen zijn activiteit moet vergelijken met afslachten. De man weet zich natuurlijk gedekt door stad, provincie en gewest.

In 2020 was het stort nog steeds niet afgedekt ondanks het opschorten van de vergunning. Opnieuw kwamen mensen op straat. En in tegenstelling tot de verwachtingen daalt het aantal slachtoffers niet, integendeel het stijgt onrustwekkend, 250 à 300 nieuwe gevallen per jaar. Er bieden zich ook steeds meer jonge slachtoffers aan.

Als het asbestfonds mij goedgezind is, krijg ik een maandelijkse toelage. Wellicht is die nodig om de berg medische en andere kosten (gedeeltelijk?) te compenseren. Maar er staat nog een clausule in de tekst: wie van het asbestfonds geniet, verbindt zich ertoe om geen verdere juridische akties te voeren. Wie zich hiertegen fel verzette, was Valerie Van Peel, ondervoorzitter van Vlaanderens grootste politieke partij. Zij lanceerde een wetsvoorstel dat het mogelijk moest maken dat mensen die een beroep doen op het asbestfonds ook klacht kunnen indienen bij de rechtbank. De meerderheid (!) verwierp het voorstel. “Mijn geloof in het parlement heeft opnieuw een enorme knauw gekregen. Als we niet uit de meerderheidslogica kunnen komen in dossiers die niet voorkomen in het regeerakkoord, die gaan over de rechten van slachtoffers, maken we ons compleet irrelevant.”

In juni 2022 kondigde Van Peel ontgoocheld haar vertrek uit de politiek aan. Haar partij is de grootste meerderheidspartij in het Vlaams gewest, het Oost-Vlaamse provinciebestuur en de gemeenteraad van Sint-Niklaas. Haar partijvoorzitter legde een tranerige verklaring af. De kracht van verandering blijkt niet bestand tegen industriële lobby’s. Het was ooit anders beloofd.

Waar is de tijd dat een verkozene nog een eigen mening mocht hebben, zelfs eigen accenten mocht leggen zonder eerst het imprimatur of het fiat van een partijvoorzitter te moeten vragen? De laatste was Ferdinand De Bondt (1923-2014) uit Sint-Niklaas, eminent Vlaming, senator, staatssecretaris, onverzettelijk tegenstander van wilde havenexpansie en voorvechter voor het behoud van landbouw en bewoning in het Waasland. Hij nam daarvoor in 1998 zelfs ontslag uit de CVP. De Bondt was oprichter en voorzitter van de VZW Waaslandhuizen, een stichting die studentenkamers in Leuven huurde en aan lagere kost doorverhuurde aan studenten die ervoor in aanmerking kwamen. Ik huurde in 1974 een kot voor 700 Belgische frank, nog geen 20 euro per maand. Niet groot, geen luxe, maar het decor van de meest zorgeloze jaren van mijn leven. Dààrdoor én met wat ik als jobstudent verdiende, kon ik elk jaar ongeveer driekwart van mijn studiekosten betalen. Notoire dwarsliggers zoals De Bondt, Herman Suykerbuyk en Jan Verroken vormden geen verarming of interne bedreiging voor hun partij, wel integendeel. De toenmalige CVP voer er electoraal wel bij, ondanks de interne controverses.

Die tijd lijkt definitief voorbij. De Vlaamse politiek wordt beheerst en gestuurd door de partijvoorzitters waarvan de meest behendige als spinnen in het web aan de touwtjes trekken. De verkozenen zijn alleen goed genoeg om de “juiste” stem uit te brengen en voor de voorzitter te applaudisseren, zelfs al veegt hij hen de pan uit op het partijcongres. Mijn oudste kleinzoon gaat al zes jaar naar school in Sint-Niklaas, op een paar honderd meter van het asbeststort. Ik wil er niet aan denken wat zou kunnen gebeuren…

Bij gebrek aan Wase politici met ballen moet Valerie Van Peel voortdoen, dat hoop ik oprecht. Over luchtkwaliteit is het laatste woord niet gezegd. En ikzelf? Misschien zal ik lafhartig dat bloedgeld van het asbestfonds aanvaarden. Eerst maar eens zien wat de dokters zeggen. Een slopend gevecht tegen asbestkanker zal misschien niet te verzoenen zijn met een strijd tegen de handpoppen van onzichtbare tegenspelers, zij die het probleem toedekken, en niet het asbest.

Erik Meersschaert

8/11/2022