16 nov 2022

STOFFvzw in november 2022

Erno Weisz Fabrieksarbeider. Foto Kátà Kalman 1932

 

Schuin tegenover mekaar

We zitten schuin tegenover mekaar. Op de tafel tussen ons liggen drie nummers van STOFF A, ons tijdschriftje, twee glazen water, mijn notitieboek met groene stift, een fotoalbum, een schaaltje met boterkoekjes en vooral ook, mijn smartphone. Op het scherm lees ik hoelang de geluidsopname al loopt, een paar minuten nog maar. Die smartphone registreert alle geluiden, een auto die passeert, een blaffende hond in de verte, elk woord.

Het gesprek komt er na een afspraak. Het uur en de plaats werden bepaald en ook waar het voor dient. Het lijkt zomaar een babbel maar tegelijk beseffen we allebei dat de woorden, nu en op lange termijn, een waardevolle getuigenis zullen zijn, een doorleefd stuk geschiedenis, iets dan nog ontbreekt. De persoon schuin tegenover mij heeft het meegemaakt. Het heeft met asbest te maken, en de kwalijke kanker die er vaak het gevolg van is. Leven en dood. Gelatenheid of schuld. Het is niet de eerste keer dat we zoiets aanhoren, maar deze keer is anders. Ook. Er duiken onverwacht andere elementen op, andere symptomen, een andere context en zeker ook andere gevoeligheden. De woorden die gezegd worden, maken de geschiedenis nog complexer. Meer zoals het is en was.

Die klankopname is een werktuig. Hij is er om geen woord te verliezen. We zullen die opname niet bewaren. De woorden worden ingetikt. Veel wordt weggelaten, dat moet, spreektaal is anders dan geschreven taal. Mijn gesprekspartner krijgt de tekst, ze wordt nagekeken, woorden of zinnen worden geschrapt, andere aangevuld, eventueel in afspraak met familieleden en betrokkenen. Bij dit alles hoort dan een foto van de persoon over wie het gaat, vaak is de foto van een gezonde man of vrouw. Die foto hecht zich dan aan de woorden. Zo gaat dat.

Het geregistreerde gesprek duurt vaak niet langer dan twintig minuten, maar het kan een enkele keer ook twee uur zijn. We streven naar een gesprek met zo weinig mogelijk vragen, om te voorkomen dat onze partners alleen maar die dingen zeggen die we verwachten. Iedere keer is het een belevenis. Iedere keer ontmoeten we een mens die ons ingrijpende verhalen vertelt. Woorden die tellen. En dan stop ik de registratie en berg ik mijn smartphone op in mijn tas. Daarna is er nog een babbel, vaak weer met andere woorden en inzichten. Er is altijd nog meer. Maar niet alles, niet alle intimiteiten moeten bewaard worden.

Daarna ga ik weg, de deur uit. Ik dank en begroet mijn gesprekspartner en stap in de richting van ons huis of auto. Als ik achteromkijk gebeurt het dat die iemand nog aan de deur staat en me nakijkt.  En dan, dan zwaaien we naar mekaar.

Johan De Vos