STOFFvzw in Mei 2026
Post-it
Eind 2024 richtte de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, kortweg OVAM, een sectorraad Asbestattest op. Dit kadert in de ambitie van de Vlaamse overheid om Vlaanderen asbestveilig te maken tegen 2040. De sectorraad is een adviesorgaan dat twee keer per jaar samenkomt rond één specifieke pijler binnen het beleid, namelijk het asbestattest. In de raad zetelen onder andere vertegenwoordigers van de asbestdeskundigen, certificatie instellingen en andere technische instanties.
Daarnaast vindt OVAM het belangrijk om vertegenwoordiging van slachtofferverenigingen te hebben. Van bij de start werden STOFFvzw en Abeva uitgenodigd om deel te nemen. Een niet onbelangrijk signaal. OVAM verwoordde het zelf als ‘de slachtofferverenigingen houden ons wakker’. Inderdaad, tijdens technische besprekingen over attestering, asbestverwijdering en praktische haalbaarheden, geraakt het menselijk aspect gemakkelijk, onbedoeld, wat op de achtergrond. Zo gaat dat. En dan is de aanwezigheid van slachtofferverenigingen te midden van alle experts, een reminder aan de menselijke drama’s die schuilen achter het asbestverleden van Vlaanderen. Als een post-it op de koelkast.
Het is eveneens een forum om onze bezorgdheid uit te drukken over het heden en de toekomst. Onze bezorgdheid over de nog te grote onwetendheid bij de nietsvermoedende klusser, over de kosten voor professionele asbestverwijdering en over de massale aanwezigheid van asbest in de steeds ouder wordende gebouwen in Vlaanderen.
Vlaanderen asbestveilig tegen 2040. Het is bijzonder ambitieus en tevens broodnodig. Ondertussen is het bij elke stalbrand bang afwachten of er asbestdeeltjes zijn vrijgekomen die zich kunnen nestelen in de longen van onze dierbaren.
We juichen de inspanningen van de overheid toe en vragen ons tegelijkertijd af of ze volstaan. We appreciëren de stem die we krijgen in het debat. Er rest enkel nog de hele grote olifant in de kamer. De vervuiler.
Daarnaast vindt OVAM het belangrijk om vertegenwoordiging van slachtofferverenigingen te hebben. Van bij de start werden STOFFvzw en Abeva uitgenodigd om deel te nemen. Een niet onbelangrijk signaal. OVAM verwoordde het zelf als ‘de slachtofferverenigingen houden ons wakker’. Inderdaad, tijdens technische besprekingen over attestering, asbestverwijdering en praktische haalbaarheden, geraakt het menselijk aspect gemakkelijk, onbedoeld, wat op de achtergrond. Zo gaat dat. En dan is de aanwezigheid van slachtofferverenigingen te midden van alle experts, een reminder aan de menselijke drama’s die schuilen achter het asbestverleden van Vlaanderen. Als een post-it op de koelkast.
Het is eveneens een forum om onze bezorgdheid uit te drukken over het heden en de toekomst. Onze bezorgdheid over de nog te grote onwetendheid bij de nietsvermoedende klusser, over de kosten voor professionele asbestverwijdering en over de massale aanwezigheid van asbest in de steeds ouder wordende gebouwen in Vlaanderen.
Vlaanderen asbestveilig tegen 2040. Het is bijzonder ambitieus en tevens broodnodig. Ondertussen is het bij elke stalbrand bang afwachten of er asbestdeeltjes zijn vrijgekomen die zich kunnen nestelen in de longen van onze dierbaren.
We juichen de inspanningen van de overheid toe en vragen ons tegelijkertijd af of ze volstaan. We appreciëren de stem die we krijgen in het debat. Er rest enkel nog de hele grote olifant in de kamer. De vervuiler.
Marleen Vael

